zaterdag 20 juni 2009

Een bijzondere ontmoeting

Als ik met het vliegtuig reis, verveel ik me nogal snel. Gedwongen stilzitten is niets voor mij. Ik maak vaker cryptogrammen of lees, maar als de reis lang duurt, gaat me dat ook vervelen. Ik ben dus blij met de mogelijkheden op mijn telefoon. Ook als de telefoon uitstaat kan ik WORD gebruiken. Ideaal dus om te schrijven, al gaat het niet zo handig als op de laptop.

Ik ben op een MS nurses congres in Boedapest geweest. Op de terugweg checken we met zijn drieën tegelijk in, zodat we naast elkaar komen te zitten. Dat lukt dus niet. Een van mijn collega’s komt apart te zitten. We zitten dus met zijn tweeën bij elkaar en de plaats aan het raam blijkt voor een vriendelijke heer van mijn leeftijd te zijn. Galant biedt hij zijn plaats aan het raam aan. Mijn collega maakt er dankbaar gebruik van. Ik zit in het midden.

Zodra na het opstijgen het teken riemen vast uitgaat, haal ik mijn telefoon te voorschijn. Ik heb al weer een verhaaltje in mijn hoofd en ik begin voor de vuist weg te typen. Het bijschaven doe ik later thuis wel. De man naast me vraagt geïnteresseerd of ik aan het werk ben. Nee hoor, ik schrijf gewoon voor de fun. Zomaar een verhaaltje. Vind ik het dan niet vervelend dat hij me stoort. Welnee, dat verhaaltje komt er wel.

Hij stelt zich netjes voor. Hij heet Johan. Al snel zijn we geanimeerd in gesprek. We praten zo gemakkelijk met elkaar dat we een en ander over elkaars leven vertellen. Hij is Roemeen en vluchtverkeersleider in Laşi, na Boekarest de grootste stad daar. Hij is op weg naar Florida, waar hij een opleiding gaat volgen met de nieuwste simulatie apparatuur. Hij is al vaak in Amerika geweest en spreekt perfect Engels.

We praten over onze gezinnen, onze hobby’s en hebben elkaar veel te vertellen. Het is gewoon een vreselijk leuk gesprek, zoals je maar zelden met een totale vreemde hebt. Voor we het in de gaten hebben wordt de landing ingezet. De tijd is omgevlogen. Hij maakt een tussenlanding in Amsterdam waar hij 2 uur de tijd heeft vóór hij moet overstappen. Als hij ziet dat ik mijn handbagage onder de stoel voor me wil pakken, neemt hij het galant van me over.

Oei, dat is toch veel te zwaar voor mij. Hij draagt het wel. Van mijn protest trekt hij zich niets aan. Hij loopt met me mee en onderweg praten we gewoon door. Verschillende van mijn collega’s lopen al te grinniken. Hij brengt me naar de bagageband en haalt daar ook nog mijn koffer vanaf. Dan neemt hij heel charmant afscheid met een handkus en zegt dat dit zijn leukste ontmoeting in een vliegtuig ooit was. Dat vind ik ook. Ik bloos tot aan mijn tenen. Ik hoor een van de collega’s roepen: ‘Neem hem mee naar huis, Ttje!’ Ondanks mijn verlegenheid antwoord ik gevat: ‘Ja hoor, dan zeg ik tegen Carel, kijk eens wat ik gevonden heb onderweg.’ Iedereen ligt in een deuk en ik wordt weer flink geplaagd.

Zuchtend kijk ik nog een keer om. Johan ook en we zwaaien. Dáár had ik nou wel een beschuitje mee willen eten, meer niet hoor. Een leuke ontmoeting met een totale vreemde. Gewoon leuk en daar blijft het ook bij. We kennen alleen elkaars voornaam. Dag Johan, het ga je goed!